ECLI:NL:CRVB:2002:AI5865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische noodzaak ligbad als woonvoorziening voor adequate lichaamsreiniging
Appellant, lijdend aan psoriasis en gewrichtsklachten, verzocht om een ligbad als woonvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Het College van burgemeester en wethouders van Leeuwarden weigerde dit, stellende dat douchen voldoende is voor adequate lichaamsreiniging. De rechtbank vernietigde het besluit op procedurele gronden maar hield de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep spitste het geschil zich toe op de vraag of appellant medisch noodzakelijk een ligbad nodig had. Appellant stelde dat het ligbad essentieel was voor de behandeling van zijn psoriasis en vanwege zijn gewrichtsklachten langdurig douchen niet mogelijk was. Hij ondersteunde dit met medische verklaringen, waaronder van zijn orthopedisch chirurg.
De Raad oordeelde dat hoewel therapeutisch een ligbad wenselijk kan zijn, er geen objectieve medische maatstaf was die aangaf dat appellant niet kon douchen. De elementaire woonfunctie lichaamsreiniging kan volgens de Raad adequaat worden vervuld door douchen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot verstrekking van een ligbad als woonvoorziening blijft in stand.