ECLI:NL:CRVB:2002:AL1415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
De zaak betreft een geschil over de toepassing van een korting op de WW-uitkering van gedaagde wegens onvoldoende inspanningen om passende arbeid te verkrijgen. Gedaagde was tot augustus 1995 werkzaam als operator en ontving vanaf 2 augustus 1995 een WW-uitkering. Appellant legde per besluit van 19 december 1996 een korting van 20% voor 16 weken op omdat gedaagde onvoldoende concreet had gesolliciteerd.
De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit omdat appellant niet had onderzocht of er dringende redenen waren om van de maatregel af te zien, zoals bedoeld in artikel 27, vijfde lid, van de WW. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat gedaagde de verplichting uit artikel 24 WW Pro heeft overtreden en dat het onaannemelijk is dat er geen vacatures waren waarop gedaagde had kunnen solliciteren.
De Raad stelt vast dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, mede doordat appellant pas bij het primaire besluit gedaagde op de onjuiste sollicitatiewijze wees, en verlaagt daarom de maatregel naar een korting van 10% gedurende 16 weken. Tevens wijst de Raad de toepassing van dringende redenen af, omdat deze niet zien op oorzaak of verwijtbaarheid maar op de onaanvaardbaarheid van de gevolgen van de maatregel, welke niet is gebleken.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit en bepaalt dat appellant een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De korting op de WW-uitkering wordt verlaagd naar 10% gedurende 16 weken wegens verminderde verwijtbaarheid; toepassing van dringende redenen wordt afgewezen.