ECLI:NL:CRVB:2002:AN8918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ambtsbericht wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing bij functioneringsproblemen militair
Appellante, sergeant-majoor bij de Zeestrijdkrachten, kreeg een ambtsbericht opgelegd waarin ernstige functioneringsproblemen werden vermeld die de arbeidsrelatie verstoorden. De brief van 26 juni 1998 bevatte kritiek op haar werkkwaliteit, organisatievermogen en initiatief, met name over het opstellen van wachtroosters en bedrijfshulpverleningsplannen.
De Raad onderzocht of het ambtsbericht op een feitelijk voldoende onderbouwde grondslag berustte. Uit de notities en verslagen van gesprekken bleek dat concrete verwijten onvoldoende waren onderbouwd. Zo was onduidelijk of appellante daadwerkelijk nalatig was in het opstellen van de plannen en was het verwijt van onzorgvuldigheid bij wachtroosters niet aannemelijk gemaakt.
De Raad concludeerde dat de brief ten onrechte als ambtsbericht was aangemerkt en vernietigde het besluit van 18 augustus 1998 en het bestreden besluit. Tevens werd bepaald dat de brief en notities uit het personeelsdossier verwijderd moeten worden. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het ambtsbericht en het besluit tot aanmerken daarvan worden vernietigd wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.