ECLI:NL:CRVB:2002:BJ3147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.M. van der Kade
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeoorloofde afwezigheid en plichtsverzuim ambtenaar
Appellant, werkzaam sinds 1976 bij de provincie Groningen, werd meerdere malen gewaarschuwd voor ongeoorloofde afwezigheid en het niet naleven van ziekmeldingsprocedures. Na een schriftelijke berisping in 1997 volgde in februari 1998 een voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim, omdat appellant zijn werk niet hervatte na een herstelverklaring en zich niet aan dienstbevelen hield.
Appellant voerde aan dat hij bezwaar had gemaakt tegen de herstelverklaring en dat hij niet tijdig was gehoord voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van het ontslag. De Raad oordeelde dat de verplichting tot werkhervatting niet werd opgeschort door het bezwaar en dat het niet horen vooraf geen ernstige schending van het hoor- en wederhoorprincipe opleverde, omdat appellant in de bezwaarprocedure zijn zienswijze kon geven.
Verder stelde appellant dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn psychische toestand, maar de Raad vond geen aanwijzingen dat een dergelijk onderzoek noodzakelijk was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag van appellant wegens ongeoorloofde afwezigheid en plichtsverzuim wordt bevestigd.