ECLI:NL:CRVB:2002:BJ3157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim door ongeoorloofde nevenwerkzaamheden als assurantie-tussenpersoon
Appellante, werkzaam als groepsfunctionaris bij de Belastingdienst, verrichtte vanaf 1993 nevenwerkzaamheden als assurantie-tussenpersoon zonder toestemming. Na een expliciete weigering van toestemming in 1995 bleef zij deze werkzaamheden voortzetten, ook na haar arbeidsongeschiktheid in 1997. De werkgever startte een onderzoek en legde haar in 1999 onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim door de nevenwerkzaamheden zonder toestemming voort te zetten, ondanks waarschuwingen en expliciete verboden. Het argument dat zij door ziekte niet ontslagen mocht worden, wordt verworpen. De Raad acht het ontslag niet onevenredig gezien de ernst van de situatie en het belang van integriteit binnen de Belastingdienst.
Hoewel appellante stelt dat zij niet correct is gehoord in de bezwaarprocedure, leidt dit niet tot schending van haar belangen. De Raad vernietigt het bestreden besluit op dit punt maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand. Verder wijst de Raad de gevorderde vergoeding voor rechtsbijstand grotendeels af, maar veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierechten en enkele proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit blijven in stand.