ECLI:NL:CRVB:2010:BO3732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging disciplinaire ontslagbesluiten wegens schending hoorplicht, rechtsgevolgen in stand gelaten
Appellant was werkzaam als algemeen facilitair medewerker bij de Belastingdienst en werd geschorst en ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof onder meer medewerking aan onroerendgoedtransacties waarbij transactiewinsten buiten zicht werden gehouden, het niet naleven van werktijden en het niet hervatten van werkzaamheden na herstelmelding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de disciplinaire besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellant de feiten niet betwistte en dat het plichtsverzuim ernstig was. Wel stelde de Raad vast dat de gemachtigde van de staatssecretaris, die betrokken was bij de voorbereiding van de besluiten, ook het horen van appellant over diens bezwaren had verricht, wat in strijd is met artikel 7:5 van Pro de Awb.
Hoewel het horen op correcte wijze had plaatsgevonden en appellant geen nadeel had ondervonden, leidde deze schending tot vernietiging van de besluiten. De Raad maakte echter gebruik van zijn bevoegdheid om de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten, omdat inhoudelijk geen reden was om de besluiten te wijzigen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De disciplinaire ontslagbesluiten worden vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen van deze besluiten blijven in stand.