ECLI:NL:CRVB:2002:BJ3309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag belastingambtenaar wegens plichtsverzuim bij nevenwerkzaamheden
Appellant, belastingambtenaar sinds 1974, kreeg in 1993 toestemming om een vennootschap onder firma (v.o.f.) op te richten met zijn echtgenote, onder de voorwaarde dat hij zich zou onthouden van elke bemoeienis met de administratie van de v.o.f. Na een boekenonderzoek in 1998 ontstond het vermoeden dat appellant zich hier niet aan hield. Een nader onderzoek leidde tot zijn schorsing en uiteindelijk tot onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim.
De Raad concludeerde dat appellant administratieve werkzaamheden verrichtte voor de v.o.f., waaronder het opzettelijk onjuist invullen van belastingaangiften. Ondanks zijn stellingen dat hij alleen beperkte werkzaamheden verrichtte en dat er sprake was van gedogen, oordeelde de Raad dat appellant de voorwaarden van de toestemming had geschonden en dat het ontslag niet onevenredig was.
De Raad verwierp ook het verweer dat de Belastingdienst geen gebruik mocht maken van de bevindingen van het fiscale boekenonderzoek voor het disciplinaire onderzoek. De schorsing werd eveneens als rechtmatig beoordeeld gezien de ernst van de gedragingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim bevestigd.