ECLI:NL:CRVB:2002:BL7352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke weigering WW-uitkering na ontslag wegens rugklachten
Appellant, een herintredende WAO-er met rugklachten, was sinds 1997 werkzaam als werkvoorbereider/ontwerper en verrichtte incidenteel belastend installatiewerk. In augustus 1998 staakte hij zijn werkzaamheden wegens gezondheidsklachten en beëindigde zijn dienstverband in oktober 1998. Hij vroeg WW-uitkering aan, die aanvankelijk geheel werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
Na herziening werd de uitkering gedeeltelijk toegekend met een verlaging van het uitkeringspercentage van 70 naar 35 over 26 weken. Appellant voerde aan dat hij door zijn werkgever werd gedwongen belastend werk te verrichten ondanks zijn rugklachten, gesteund door een bedrijfsartsrapport dat hernieuwd werk in een tank niet wenselijk was.
De Raad oordeelde dat deze grieven onvoldoende nieuw of overtuigend waren om het besluit te wijzigen. De voortzetting van het dienstverband zou niet aantoonbaar tot gezondheidsschade leiden. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedeeltelijke weigering van de WW-uitkering met verlaging van het uitkeringspercentage van 70 naar 35 over 26 weken.