Uitspraak
ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
MOTIVERING
BESLISSING
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de mate van invaliditeit met dienstverband op 50% had vastgesteld en dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was geweest. Tevens betwistte appellant de nihilwaardering van de invaliditeit ten gevolge van een kaakfractuur en het invaliditeitspercentage van 10% voor slijtage van het gewrichtskraakbeen.
De Raad overwoog dat de Commissie Geneeskundig Onderzoek Militairen in 1996 en 1998 uitgebreid onderzoek had verricht, inclusief informatie van behandelend artsen, en dat hiervan een rapport was uitgebracht. De Raad vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldig of onvolledig onderzoek.
Verder onderschreef de Raad de motivering van de rechtbank over de schatting van de invaliditeit aan de hand van de WPC-schaal en de inhoudelijke beoordeling van de kaakfractuur. De stelling van appellant dat het invaliditeitspercentage voor slijtage te laag was, werd niet nader onderbouwd.
De Raad concludeerde dat de vaststelling van de invaliditeit juist was en bevestigde het bestreden vonnis. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De vastgestelde invaliditeit met dienstverband van 50% wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.