ECLI:NL:CRVB:2003:AF3625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vergoeding i-96 tandheelkundige nazorgbehandeling geweigerd wegens ontbreken tandheelkundige indicatie
Gedaagde, met tandheelkundige implantaten vanwege een ernstige kaakaandoening, vroeg vergoeding voor een i-96-behandeling, een periodieke controle met staafdemontage. Appellant weigerde vergoeding omdat deze behandeling volgens hen preventief en onnodig kostbaar was zonder concrete tandheelkundige indicatie.
De rechtbank oordeelde dat de behandeling onder bijzondere tandheelkundige hulp kon vallen en dat een periodieke controle ook zonder concrete aanleiding mogelijk is. Gedaagde stelde dat de controle noodzakelijk was om de implantaten te monitoren.
In hoger beroep stelde appellant dat de behandeling niet strikt noodzakelijk was en dat vergoeding alleen mogelijk is bij een concrete indicatie. De Raad oordeelde dat vergoeding van de i-96-behandeling alleen mogelijk is bij een tandheelkundige indicatie. Aangezien die in het geval van gedaagde ontbrak, was de weigering terecht.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond, waarmee de weigering van vergoeding stand hield.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van de i-96-behandeling gehandhaafd.