ECLI:NL:CRVB:2003:AF3636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak rechtbank over ontslag wegens ziekte en bezoldigingskorting
Het geschil betreft het ontslag van gedaagde, werkzaam als havenbeambte bij het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam (GHB), wegens ongeschiktheid voor zijn functie door ziekte, en de toepassing van een bezoldigingskorting over bepaalde maanden in 1997. De rechtbank Amsterdam had de besluiten van het College van B&W vernietigd en het beroep van gedaagde gegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het College van B&W na vernietiging van de eerdere besluiten opnieuw op bezwaar had moeten beslissen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank, hetgeen niet is gebeurd. De Raad vernietigt daarom ook de besluiten van 16 januari 2001 die de eerdere besluiten bevestigden.
Inhoudelijk oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat gedaagde op psychische gronden arbeidsongeschikt was vanaf 19 juni 1997. De Raad volgt het oordeel van de bedrijfsarts dat er op die datum geen medische reden voor ziekmelding was. Daarnaast is het herplaatsingsonderzoek naar ander passend werk voldoende zorgvuldig uitgevoerd, ondanks dat gedaagde niet volledig meewerkte aan bemiddeling.
De Raad concludeert dat het ontslagbesluit van 26 maart 1999 terecht is genomen en dat de bezoldigingskorting over juni en juli 1997 eveneens terecht is toegepast. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, de beroepen van gedaagde worden ongegrond verklaard en de besluiten van het College van B&W worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het College gegrond, waarmee het ontslag en de bezoldigingskorting worden bevestigd.