ECLI:NL:CRVB:2003:AF3870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Herziening Ziektewetuitkering wegens niet in aanmerking nemen aangepast werk
Appellante was aanvankelijk gedeeltelijk arbeidsongeschikt en ontving uitkeringen op grond van de WAO en AAW. Na een operatie aan haar knie meldde zij zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV trok deze uitkering per 21 september 1998 in, omdat zij niet langer arbeidsongeschikt zou zijn voor passende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de functies als maatstaf nam die bij de laatste beoordeling van arbeidsongeschiktheid waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV ten onrechte geen rekening hield met haar aangepaste werk van 14 uur per week bij Hema, dat zij na haar ziekmelding gedeeltelijk had hervat.
De Raad constateerde dat het UWV dit aangepaste werk bewust buiten beschouwing had gelaten, terwijl uit rapporten bleek dat appellante dit werk met moeite kon volhouden. Hierdoor was het besluit genomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:2 Awb Pro. De Raad vernietigde het besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuwe beslissing te nemen waarbij het aangepaste werk wordt betrokken.