ECLI:NL:CRVB:2003:AF4511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste inlichtingen over wachtgeld
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde het recht van gedaagde op bijstandsuitkering over de periode van 1 februari 1996 tot en met 31 mei 1997 herzien en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van haar overwegingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordeling van de periode 1 februari 1996 tot en met 31 mei 1997 moet plaatsvinden aan de hand van de artikelen 65 en 81 van de Algemene bijstandswet (Abw) zoals die toen luidden. Voor de periode tot maart 1997 was terugvordering niet gerechtvaardigd omdat gedaagde redelijkerwijs niet kon begrijpen dat de bijstand te hoog was, mede omdat zij volledig openheid van zaken had gegeven over de stopzetting van haar wachtgelduitkering.
Voor de periode van maart 1997 tot en met mei 1997 was terugvordering wel gerechtvaardigd omdat gedaagde haar inkomsten niet tijdig had gemeld, waardoor zij haar inlichtingenplicht had geschonden. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De Raad bevestigde daarom de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit voor dit tijdvak.
De Raad wees het verzoek van gedaagde om schadevergoeding af, omdat het nieuwe besluit op bezwaar nog moet worden genomen. Tot slot werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt gedeeltelijk het vernietigde besluit en bepaalt dat terugvordering van bijstand gerechtvaardigd is voor maart tot mei 1997, maar niet voor februari 1996 tot maart 1997.