ECLI:NL:CRVB:2003:AF4650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- F.P. Zwart
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt verplichting Sociale Verzekeringsbank tot herziening kinderbijslagbesluiten
De zaak betreft een geschil tussen de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en een gedaagde die kinderbijslag vorderde over de periode van het derde kwartaal 1992 tot en met het vierde kwartaal 1993. Gedaagde was in Nederland werkzaam geweest en had na ziekte in 1991 het land verlaten. Na aanvankelijke afwijzingen op zijn kinderbijslagaanvragen, werd hem later een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend met terugwerkende kracht.
De SVB weigerde terug te komen op eerdere besluiten tot afwijzing van de kinderbijslag, stellende dat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De rechtbank vernietigde dit besluit echter omdat nieuwe feiten en omstandigheden niet waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de SVB ten onrechte heeft geweigerd terug te komen op de eerdere besluiten. De Raad stelt dat gedaagde voldoende informatie had verstrekt over zijn aanspraak op arbeidsongeschiktheidsuitkering en dat de SVB het risico van latere herziening had moeten accepteren. De SVB dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen conform deze uitspraak. Tevens werd de SVB veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Sociale Verzekeringsbank ten onrechte weigerde terug te komen op eerdere besluiten en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar.