ECLI:NL:CRVB:2007:BC0875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum kinderbijslag en terugwerkende kracht bij bijzondere omstandigheden
Betrokkene, sinds 1971 werkzaam in Nederland, kreeg in 1985 een WAO-uitkering toegekend, die later werd ingetrokken en na een langdurige procedure weer toegekend met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 1985. Betrokkene vroeg vanaf 1989 kinderbijslag aan, maar dit werd geweigerd omdat hij niet als ingezetene werd beschouwd en geen verzekeringsrecht bestond.
Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank het besluit van appellant onjuist en oordeelde dat sprake was van een bijzonder geval dat terugwerkende kracht op kinderbijslag rechtvaardigde. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, stellende dat appellant op de hoogte had kunnen zijn van de lopende WAO-procedure en daardoor het risico van een latere verzekeringsrechtelijke aanspraak had moeten inschatten.
De Raad benadrukte dat betrokkene niet verplicht was om alle ontwikkelingen omtrent zijn WAO-uitkering te melden, tenzij appellant dit expliciet had gevraagd. De uitspraak leidt tot de veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene en bevestigt de eerdere uitspraak dat kinderbijslag met terugwerkende kracht moet worden toegekend vanaf het tweede kwartaal van 1998.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat kinderbijslag met terugwerkende kracht toegekend moet worden vanwege een bijzonder geval en veroordeelt appellant in de proceskosten.