ECLI:NL:CRVB:2003:AF5192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- F.P. Dresselhuys-Doeleman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling evenredigheid sanctie meerinkomen studiefinanciering en OV-kaart
De zaak betreft een geschil over de hoogte en rechtmatigheid van een vordering wegens meerinkomen in 1995, opgelegd aan gedaagde door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) op grond van artikel 26, zesde lid, aanhef en onder b, van de Wet op de studiefinanciering (WSF). De vordering betrof een bedrag van € 497,38, gebaseerd op het beleid dat aansluit bij de Wet studiefinanciering 2000 en de kostprijs van de OV-studentenkaart.
De rechtbank had het besluit van 1 juni 2001 vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding, met name omdat onvoldoende rekening was gehouden met de ernst van de overtreding en de verwijtbaarheid van gedaagde. In hoger beroep stelt appellante dat de vordering niet punitief maar compensatoir is, of subsidiair dat deze wel evenredig is.
De Raad stelt vast dat de sanctie punitief van aard is en kwalificeert deze als een 'criminal charge' in de zin van artikel 6 EVRM Pro. De Raad oordeelt dat de hoogte van de sanctie, zijnde de kostprijs van de OV-studentenkaart over de maanden waarin de kaart feitelijk in bezit was, in verhouding staat tot de ernst van de normoverschrijding en dat het beleid van appellante hiermee rechtmatig is.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het besluit van 1 juni 2001 werd vernietigd en verklaart dat besluit in stand. Het nadere besluit van 13 maart 2002 wordt vernietigd omdat de grondslag daarvan is komen te vervallen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De opgelegde vordering van € 497,38 wegens meerinkomen en gebruik van de OV-studentenkaart wordt in stand gehouden als een evenredige punitieve sanctie.