ECLI:NL:CRVB:2003:AF5512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loongerelateerde WW-uitkering en kwalificatie raadslidmaatschap als overheidswerknemer
Gedaagde vroeg een loongerelateerde WW-uitkering aan na het einde van haar arbeidsovereenkomst. Appellant kende een kortdurende uitkering toe, maar weigerde de loongerelateerde uitkering omdat gedaagde niet voldeed aan de '4 uit 5' eis, aangezien de vergoeding als raadslid in 1994 niet als loon werd beschouwd.
De rechtbank vernietigde het besluit van appellant omdat de motivering dat alleen dagen met sociale verzekeringspremieafdracht als loondagen tellen, onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat het raadslidmaatschap als een publiekrechtelijke dienstbetrekking kan gelden. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat het raadslidmaatschap geen publiekrechtelijke arbeidsovereenkomst is.
De Raad bekeek de parlementaire geschiedenis en concludeerde dat leden van vertegenwoordigende organen, zoals gemeenteraadsleden, niet als ambtenaar worden beschouwd en dus niet als overheidswerknemer in de zin van de WW. Hierdoor kunnen de dagen in 1994 niet als loondagen meetellen en voldoet gedaagde niet aan de '4 uit 5' eis. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat appellant opdroeg opnieuw te beslissen, liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt niet aangemerkt als overheidswerknemer en voldoet niet aan de '4 uit 5' eis, waardoor de loongerelateerde WW-uitkering wordt geweigerd.