ECLI:NL:CRVB:2003:AF5521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onjuiste wetsgrondslag en in stand houden rechtsgevolgen
Appellante ontving van 1992 tot 1998 een bijstandsuitkering voor een één-ouder gezin. De gemeente Almere vorderde op grond van artikel 82 ABW Pro terugbetaling van bijstand die in de jaren 1992-1994 was verleend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de gemeente onjuist artikel 82 ABW Pro toepaste, omdat dit artikel pas vanaf 1996 geldt en niet retroactief kan worden toegepast op oudere bijstand.
De Raad vernietigt daarom het terugvorderingsbesluit en de uitspraak van de rechtbank. Desondanks beslist de Raad dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven op grond van artikel 8:72 Awb Pro, omdat de gemeente bij de vaststelling van het terug te vorderen bedrag rekening hield met de waarde van het onroerend goed en de vrijlatingen volgens de ABW. De Raad oordeelt dat appellante redelijkerwijs over de middelen kon beschikken om terug te betalen.
Verder wijst de Raad de grief van appellante af dat zij niet duidelijk was geïnformeerd over de terugvordering. Ook is vastgesteld dat de bijstand niet als geldlening onder hypotheek kon worden verleend, omdat de ex-echtgenoot niet bereid was een hypotheek te vestigen. De Raad veroordeelt de gemeente Almere in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de gemeente wordt veroordeeld in proceskosten.