ECLI:NL:CRVB:2003:AF5534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter schorst werking uitspraak over bijstandsnorm tijdens ziekenhuisopname
Het College van burgemeester en wethouders van Katwijk stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit over de bijstandsnorm van een vrouw vernietigde. De vrouw was opgenomen in een academisch ziekenhuis vanwege een darmaandoening en ontving bijstand volgens de norm voor alleenstaanden met toeslag. De gemeente had de norm aangepast op grond van artikel 31 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) vanwege het ziekenhuisverblijf.
De rechtbank oordeelde dat een algemeen ziekenhuis geen inrichting is in de zin van de Abw, omdat het niet gericht is op langdurige verpleging of verzorging. Daarom zou de norm onterecht zijn aangepast. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het ziekenhuis wel verpleging en verzorging biedt en dat de wetgever met het begrip inrichting ook dergelijke instellingen bedoelt. Daarom is er een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat de uitspraak van de rechtbank niet kan worden gehandhaafd.
Gezien het feit dat het besluit betrekking heeft op een afgesloten periode en dat de vrouw inmiddels weer bijstand ontvangt volgens de oorspronkelijke norm, achtte de voorzieningenrechter onmiddellijke opschorting van de uitspraak gerechtvaardigd. De bijzondere bijstand voor huur en energie blijft onderwerp van de bodemprocedure. De griffierechten worden terugbetaald aan de gemeente.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de werking van de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.