ECLI:NL:CRVB:2003:AF5669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtszekerheid bij terugkomen op verzekeringsplichtbesluiten sociale werknemersverzekeringswetten
In deze zaak ging het om de vraag of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht was teruggekomen op eerdere besluiten waarbij eiseres en eiser als werknemers in de zin van de sociale werknemersverzekeringswetten waren aangemerkt en verplicht verzekerd werden geacht.
De feiten betroffen de eigendom en arbeidsverhouding rond een eenmanszaak die op papier was overgedragen, maar waarbij de werkelijke situatie anders bleek te zijn. Op basis van verklaringen van de eigenaar en een looninspectierapport had het Uwv aanvankelijk verzekeringsplicht aangenomen, maar later op grond van een nieuw onderzoek en verklaringen teruggekomen op die besluiten.
De rechtbank had deze terugkomst vernietigd omdat het Uwv terugkwam op besluiten terwijl alle relevante feiten al bekend waren ten tijde van de eerdere besluiten, wat in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. Het Uwv ging in hoger beroep en stelde dat de verklaring van de eigenaar van 27 april 1998 wel degelijk nieuwe feiten bevatte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaring geen nieuwe feiten bevatte, maar slechts bevestigde wat al bekend was of had kunnen zijn. Daarom is het terugkomen op de besluiten met terugwerkende kracht ten nadele van betrokkene onaanvaardbaar. De eerdere vernietigingen van de besluiten werden bevestigd, en het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Uwv niet met terugwerkende kracht ten nadele van betrokkene mag terugkomen op verzekeringsplichtbesluiten.