ECLI:NL:CRVB:2003:AF6188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering met ingang van 27 mei 1999, maar het UWV weigerde dit omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geschat. Zowel de bezwaarverzekeringsarts als de arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante weliswaar niet geschikt was voor haar oorspronkelijke werkzaamheden, maar nog wel in staat was andere werkzaamheden te verrichten met een loonverlies van slechts 13%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellante haar medische en arbeidskundige bezwaren, onder meer met nieuwe brieven van haar orthopedisch chirurg. De Raad oordeelde echter dat deze brieven geen relevant oordeel bevatten over de situatie op de beslissingsdatum en vond geen objectieve aanwijzingen om de beperkingen te herzien.
Ook de arbeidskundige schatting werd door de Raad als correct beoordeeld, waarbij werd bevestigd dat de gebruikte methodiek en de selectie van functies passend waren. De Raad verwierp het verzoek om de mate van arbeidsongeschiktheid alsnog op een hogere klasse te bepalen, omdat dit niet werd ondersteund door objectieve gegevens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de weigering van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.