ECLI:NL:CRVB:2002:AE3457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van WAO en Besluit uurloonschatting
De zaak betreft een geschil over de intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde, die aanvankelijk was toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%, waarna de uitkering werd ingetrokken.
Gedaagde betwistte de medische en arbeidskundige grondslagen van deze herbeoordeling, onder meer met medische rapporten die een hogere invaliditeit aangaven. De rechtbank oordeelde dat het besluit niet in stand kon blijven vanwege onvoldoende onderbouwing van de geschiktheid en representativiteit van de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het Uwv de regels van het Besluit uurloonschatting 1999 correct heeft toegepast, waaronder de selectie van functies binnen een bandbreedte van de maatmanuren en het vereiste van minimaal drie functies met ten minste 30 arbeidsplaatsen. De Raad acht de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende gemotiveerd en concludeert dat het bestreden besluit standhoudt.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv gegrond, waarbij het beroep van gedaagde ongegrond wordt verklaard. De zaak wordt door de Raad zelf afgedaan.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.