ECLI:NL:CRVB:2003:AF6326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Toekenning maximale toeslag bijstand aan alleenstaande ouder met partner zonder middelen
Appellante ontving een bijstandsuitkering volgens de norm voor een alleenstaande ouder, verhoogd met een toeslag van 20% van het wettelijk minimumloon. Vanaf 10 oktober 1998 ging zij een gezamenlijke huishouding aan met een partner die vanwege zijn vreemdelingenrechtelijke status geen bijstand kon ontvangen en geen middelen had.
De gemeente Haarlem besloot de toeslag te verlagen naar 10%, waarna de rechtbank oordeelde dat een toeslag van 15% passend was. Appellante stelde dat zij vanwege het ontbreken van middelen bij haar partner recht had op de maximale toeslag van 20%.
De Raad stelde vast dat de bijstandsverordening van de gemeente Haarlem uitgaat van een categorale benadering waarbij samenwonenden in beginsel kosten kunnen delen, maar dat op grond van artikel 13 Abw Pro afwijkend kan worden vastgesteld bij bijzondere individuele omstandigheden. Omdat de partner geen middelen had, was appellante niet in staat om kosten te delen, waardoor zij recht had op de maximale toeslag.
De Raad vernietigde het besluit dat de toeslag op 15% stelde en stelde zelf de toeslag op 20% vast met ingang van 10 oktober 1998. Tevens werden besluiten tot terugvordering vernietigd en de gemeente veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellante krijgt met ingang van 10 oktober 1998 een toeslag van 20% op de bijstandsnorm toegekend.