ECLI:NL:CRVB:2003:AF6585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onderhoudsbijdrage studerend kind bij berekening eigen bijdrage AWBZ
In deze zaak gaat het om de vaststelling van de eigen bijdrage in de kosten van zorg op grond van de AWBZ voor de echtgenote van appellant. Gedaagde had het bijdrageplichtige inkomen vastgesteld zonder rekening te houden met de volledige onderhoudsbijdrage die appellant aan zijn studerende dochter betaalde, maar slechts met een standaard ouderbijdrage zoals bedoeld in de Wet op de studiefinanciering.
Appellant voerde aan dat de daadwerkelijke betaalde onderhoudsbijdrage van f 21.134,-- in mindering had moeten worden gebracht op zijn inkomen, en dat dit ook in eerdere jaren was geaccepteerd. Gedaagde verweerde zich met een circulaire van de voormalige Ziekenfondsraad en stelde dat alleen de ouderbijdrage volgens de studiefinancieringswet in aanmerking genomen kon worden.
De Raad oordeelde dat artikel 8 van Pro het Bijdragebesluit zorg duidelijk stelt dat uitkeringen gedaan ter voorziening in het onderhoud van kinderen, waaronder studiefinanciering, op het inkomen in mindering mogen worden gebracht voor zover zij naar redelijke maatstaven daartoe strekken. De door gedaagde gehanteerde maatstaf is onjuist en het besluit is ondeugdelijk gemotiveerd. De Raad vernietigt het besluit en draagt gedaagde op een nieuw besluit te nemen waarbij de daadwerkelijke onderhoudsbijdrage wordt betrokken.
Daarnaast veroordeelt de Raad gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht die appellant in beroep en hoger beroep heeft gemaakt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de onderhoudsbijdrage voor het studerende kind correct wordt meegenomen.