ECLI:NL:CRVB:2003:AF6677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Verzoeker was het niet eens met de herziening van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkeringen door het UWV, die de mate van arbeidsongeschiktheid aanzienlijk verlaagde. Na diverse besluiten en een uitspraak van de rechtbank, waarin beroepen deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond werden verklaard, kwam het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Gedurende het hoger beroep trok verzoeker dit in nadat het UWV de eerdere besluiten herzag en de arbeidsongeschiktheid weer op het oorspronkelijke niveau stelde.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en het hoger beroep te sluiten. Omdat het hoger beroep werd ingetrokken vanwege de tegemoetkoming van het UWV, veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van verzoeker, zowel voor de eerste aanleg als voor het hoger beroep. De kosten werden begroot op € 966,- voor de eerste aanleg en € 356,03 voor het hoger beroep, inclusief kosten van rechtsbijstand en een deskundigenrapport.
De uitspraak benadrukt de toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de mogelijkheid voor verzoeker om het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV te verhalen. De Raad handhaafde hiermee het beginsel dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld, ook de proceskosten draagt.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker in eerste aanleg en hoger beroep.