ECLI:NL:CRVB:2003:AF7113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en beoordeling bezwaar tegen stopzetting bezoldiging
Appellante was sinds 1984 werkzaam bij de politie en meldde zich in 1990 arbeidsongeschikt wegens rugklachten. Na een operatie en langdurige afwezigheid werd zij in 1995 niet als blijvend arbeidsongeschikt beschouwd. Gedaagde startte een reïntegratietraject, maar appellante weigerde mee te werken en bleef ongeoorloofd afwezig.
In 1997 werd appellante door de korpsarts arbeidsgeschikt verklaard voor aangepaste werkzaamheden, maar zij weigerde deze te aanvaarden en meldde zich opnieuw ziek. Gedaagde legde daarop een voorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim met een proeftijd van twee jaar en stelde bijzondere voorwaarden voor werkhervatting. Appellante verzette zich hiertegen en voerde medische bezwaren aan, die door een commissie van geneeskundigen ongegrond werden verklaard.
De Raad oordeelde dat appellante zich eigenmachtig tegen werkhervatting verzette zonder objectieve medische gronden en dat het voorwaardelijk ontslag niet onevenredig was. De tenuitvoerlegging van het ontslag werd eveneens bevestigd. Daarnaast werd het bezwaar van appellante tegen de stopzetting van haar bezoldiging op grond van artikel 41 Bbp Pro inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. Gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het bezwaar tegen de stopzetting van de bezoldiging wordt ongegrond verklaard.