ECLI:NL:CRVB:2003:AF7678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijdrage pensioenopbouw tijdens werkloosheid wegens ontbreken pensioenvoorziening voorafgaand werkloosheid
Appellant was tot 31 oktober 1995 in dienst bij een werkgever en had pensioenopbouw in eigen beheer. Na beëindiging van de dienstbetrekking per 1 november 1995 ontving appellant een WW-uitkering en verzocht hij om een bijdrage in pensioenopbouw gedurende werkloosheid op grond van de Bijdrageregelen FVP 1995. Gedaagde wees dit af omdat er volgens hen geen pensioenvoorziening van toepassing was in de laatste dienstbetrekking voorafgaand aan de werkloosheid.
Appellant voerde aan dat er wel degelijk een verzekeringsovereenkomst bestond met OHRA Pensioenverzekeringen met een ingangsdatum van 27 oktober 1995, en dat de latere wijziging van de polisdatum dit bevestigde. Tevens stelde appellant dat het onbillijk was de bijdrage te weigeren vanwege het één dag verschil.
De Raad oordeelde dat er feitelijk pas op 1 november 1995 een pensioenvoorziening van toepassing was, gebaseerd op offertes, polisgegevens en communicatie van OHRA. De wijziging van de polisdatum met terugwerkende kracht veranderde niets aan de feitelijke situatie. Er was geen bewijs van wilsovereenstemming over een eerdere ingangsdatum. De Raad vond geen sprake van onbillijkheid van overwegende aard en bevestigde het besluit van gedaagde en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad wees ook een proceskostenveroordeling af en benadrukte dat de werkgever van appellant vooraf duidelijk was geïnformeerd over de voorwaarden voor een bijdrage, maar hiervan was afgeweken. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2003.
Uitkomst: De bijdrage in de pensioenopbouw tijdens werkloosheid wordt geweigerd omdat er geen pensioenvoorziening van toepassing was voorafgaand aan de werkloosheid.