ECLI:NL:CRVB:2003:AF8268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Arbeidsverhouding en gezagsverhouding bij sociale verzekeringsplicht van betrokkenen
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een onderneming die adviseert op het gebied van telecommunicatie en informatica. Het UWV stelde dat bepaalde betrokkenen, die werkzaamheden voor de onderneming verrichtten, verplicht verzekerd waren op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten. De rechtbank Amsterdam had dit besluit vernietigd omdat onvoldoende werkgeversgezag werd aangenomen.
In hoger beroep stond centraal of er sprake was van een arbeidsverhouding met werkgeversgezag. De Raad overwoog dat het criterium van werkgeversgezag niet vereist dat daadwerkelijk opdrachten worden gegeven, maar dat de mogelijkheid daartoe en de gehoudenheid daaraan te voldoen voldoende is. Uit de samenwerkingsovereenkomst bleek dat de werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van gedaagde werden verricht, met gedragsregels, planning, rapportage, evaluaties, urenregistratie en verplichte bijeenkomsten.
De Raad concludeerde dat deze omstandigheden wijzen op een gezagsverhouding en daarmee een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Het feit dat betrokkenen als associate partners werden beschouwd, deed hieraan niet af. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van het UWV ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er sprake is van een gezagsverhouding en privaatrechtelijke dienstbetrekking, waardoor de betrokkenen verplicht verzekerd zijn.