ECLI:NL:CRVB:2003:AF8649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling arbeidsurenverlies en dagloon bij WW-uitkering na ontslag
Appellant, werkzaam als timmerman, werd ontslag aangezegd per 21 september 1998 wegens gebrek aan werk, maar bleef loon ontvangen tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 30 december 1998. Gedaagde kende appellant een WW-uitkering toe vanaf die datum, gebaseerd op een arbeidsurenverlies van 24 uur per week en een dagloon van f 131,41.
De rechtbank stelde vast dat het verlies aan arbeidsuren al op 21 september 1998 was ingetreden, hoewel de uitkeringsgerechtigheid pas op 30 december 1998 ontstond. De rechtbank verwierp het beroep van appellant dat ook de uren na 21 september als gewerkte uren moesten worden beschouwd voor de berekening van het arbeidsurenverlies.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat voor het vaststellen van arbeidsurenverlies moet worden uitgegaan van de feitelijke situatie. De Raad concludeert dat het dagloon en het arbeidsurenverlies correct zijn vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het arbeidsurenverlies en dagloon blijft bevestigd.