ECLI:NL:CRVB:2003:AF8893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding volgens Algemene bijstandswet
Appellante en haar partner hebben samen een woning gekocht en een hypothecaire lening afgesloten. Hoewel appellante pas later in de woning ging wonen, heeft de Raad geoordeeld dat zij en haar partner een gezamenlijke huishouding voeren in de zin van artikel 3, derde lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
De aanvraag van appellante voor een bijstandsuitkering als alleenstaande werd door het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven afgewezen omdat zij en haar partner volgens de Abw als gezamenlijke huishouding worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak na hoger beroep.
De Raad nam mee dat appellante en haar partner een notarieel samenlevingscontract en een levensverzekering hadden gesloten, en dat zij gezamenlijke verzekeringen hadden. Ook al betaalde appellante in de beginperiode geen woonlasten, dit werd niet als een zakelijke opstelling gezien die past bij het louter delen van een woning. Hierdoor was de afwijzing van de bijstand terecht.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.