ECLI:NL:CRVB:2003:AF8904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens weigering passende arbeid in kader WIW
Appellant ontving sinds maart 1993 een bijstandsuitkering en werd vanaf september 1998 begeleid naar herintreding op de arbeidsmarkt via een werkproject bij een instelling voor langdurig werklozen. Ondanks een medische keuring die hem geschikt achtte voor werk, weigerde appellant op 15 maart 1999 te beginnen met de afgesproken drie dagen per week, omdat hij zijn bioritme nog niet had aangepast.
De werkgever bood flexibiliteit aan, maar appellant weigerde alsnog te starten. De gemeente verlaagde daarop zijn uitkering met 100% voor een maand wegens het niet nakomen van de verplichting om passende arbeid te aanvaarden. Appellant ging hiertegen in bezwaar en beroep, maar de rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep bevestigden het besluit.
In een tweede procedure werd de uitkering opnieuw verlaagd wegens weigering van het hervatten van werkzaamheden na herstelverklaring door bedrijfsarts en verzekeringsarts. Appellant voerde medische rapporten aan die hij ongeschikt achtte, maar de Raad achtte deze onvoldoende om het oordeel van de artsen te weerleggen.
De Raad concludeerde dat appellant zijn verplichtingen uit artikel 113 Abw Pro niet was nagekomen zonder geldige reden en bevestigde de opgelegde maatregelen. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstandsuitkering wegens het niet nakomen van de arbeidsverplichting.