ECLI:NL:CRVB:2003:AF9283
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.J.H. Doornewaard
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering vergoeding kosten huishoudelijke hulp burger-oorlogsslachtoffer
Eiseres, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, vordert vergoeding van kosten voor huishoudelijke hulp over de periode 1 januari 1993 tot 12 december 1998. Verweerster had bij besluit van 26 april 1996 een vergoeding toegekend met het voorbehoud dat vergoeding pas plaatsvindt vanaf het moment dat daadwerkelijk hulp wordt genoten.
Verweerster weigerde betaling van gedeclareerde kosten over genoemde periode omdat eiseres geen bewijsstukken had overgelegd waaruit blijkt wanneer, door wie en tegen welke vergoeding de extra kosten zijn gemaakt. Vanaf 1 juli 1999 is de procedure gewijzigd en worden declaraties zonder bewijsstukken vergoed, maar dit geldt niet voor de periode daarvoor.
De Raad oordeelt dat het vragen om bewijsstukken voor de periode vóór 1 juli 1999 niet onaanvaardbaar is en dat de omstandigheid dat het soms lastig is bewijs te verkrijgen, daaraan niet afdoet. De verklaring van de kleindochter van eiseres is onvoldoende concreet om het gebrek aan bewijs te compenseren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bewijs voor gemaakte kosten huishoudelijke hulp over 1993-1998.