ECLI:NL:CRVB:2003:AF9340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen recht op eenmalige uitkering voor veteranen met minder dan vijf jaar dienst
In deze zaak staat centraal de vraag of de staatssecretaris terecht het verzoek van gedaagde om een eenmalige uitkering van 1.000 gulden op grond van de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen (UDV) heeft afgewezen.
De rechtbank Amsterdam had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de eis van minder dan vijf jaar diensttijd een ongerechtvaardigd onderscheid vormt in strijd met artikel 26 IVBPR Pro. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel niet en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
De Raad overweegt dat de verschillende veteranenuitkeringswetten (UFC, UKD, UDV, UKB) bewust door de wetgever zijn opgesteld voor verschillende groepen veteranen, met verschillende diensttijden en pensioenrechten. Dit onderscheid is niet ongerechtvaardigd en vormt geen verboden ongelijke behandeling.
De Raad concludeert dat de eis van minder dan vijf jaar diensttijd in de UDV geen strijd oplevert met artikel 26 IVBPR Pro en verklaart het beroep van appellant ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.