ECLI:NL:CRVB:2003:AF9479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsverplichting ondanks ontbreken hoorplicht, rechtsgevolgen blijven in stand
Appellant, een bijstandsgerechtigde, kreeg zijn uitkering met 5% verlaagd omdat hij niet ingeschreven stond bij het arbeidsbureau, wat een arbeidsverplichting is onder de Algemene bijstandswet (Abw). Hij maakte bezwaar tegen deze maatregel, maar werd niet geïnformeerd over zijn recht op een hoorzitting; alleen een telefonische toelichting vond plaats. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij ten onrechte niet de mogelijkheid tot een hoorzitting kreeg, wat volgens artikel 7:2 Awb Pro vereist is. De Raad oordeelde dat telefonisch horen niet volstaat en dat appellant niet op een geïnformeerde wijze afstand had gedaan van zijn recht op een hoorzitting, waardoor het besluit in strijd met de Awb is genomen.
Desondanks oordeelde de Raad dat de inhoudelijke maatregel terecht was opgelegd, omdat appellant niet voldeed aan zijn arbeidsverplichtingen en er geen dringende redenen waren om de maatregel te matigen. Het besluit wordt daarom vernietigd wegens procedurele tekortkomingen, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en appellant krijgt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Besluit vernietigd wegens ontbreken hoorplicht, maar rechtsgevolgen maatregel blijven in stand.