ECLI:NL:CRVB:2003:AG2865
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.J.H. Doornewaard
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek buitengewoon pensioen wegens onvoldoende verband psychische klachten met derdenverzet
Eiser, geboren in 1928, verzocht om toekenning van een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, met een beroep op artikel 3 van Pro het Besluit ter uitvoering van deze wet. Hij stelde psychisch letsel te hebben opgelopen door het verzet van zijn ouders, die in 1942 door de Duitsers werden gearresteerd. Eiser verbleef daarna alleen in Amsterdam, werd opgepakt tijdens pogingen zijn vader te zoeken, tewerkgesteld in Duitsland en geronseld voor de Waffen-SS, waarna hij krijgsgevangen werd genomen door de Russen tot 1950.
Verweerster wees het verzoek af omdat zij slechts de arrestaties van de ouders relevant achtte voor het derdenverzet, terwijl de oorlogservaringen van eiser daarna, waaronder tewerkstelling, Waffen-SS dienst en krijgsgevangenschap, geen direct verband hielden met het derdenverzet. De Raad volgde dit standpunt en oordeelde dat de poging van eiser zijn vader te zoeken een zelfstandige handeling was, niet direct afgeleid van het verzet van zijn ouders.
Daarnaast was vastgesteld dat eiser reeds voor de oorlog emotioneel verwaarloosd was, wat mede bijdroeg aan zijn psychische klachten. Gezien deze omstandigheden en de beperkte impact van het derdenverzet op zijn psychische toestand, concludeerde de Raad dat er geen sprake was van een ernstige verstoring van levensomstandigheden door het derdenverzet.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit van verweerster gehandhaafd. De Raad zag geen aanleiding om verweerster te veroordelen in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende verband bestaat tussen zijn psychische klachten en het derdenverzet.