ECLI:NL:CRVB:2003:AH8588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Verwijtbare werkloosheid wegens nalaten passende arbeid te behouden door profbasketballer
Betrokkene, een profbasketballer sinds 1984, stopte met zijn carrière na het seizoen 1998/1999 om zich te richten op een baan als arbeids- en organisatiepsycholoog. Hij had geen nieuw contract getekend voor 1999/2000, hoewel zijn club bereid was hem opnieuw aan te nemen. De UWV weigerde een WW-uitkering omdat betrokkene passende arbeid had nagelaten te behouden.
De rechtbank had de weigering vernietigd, stellende dat betrokkene slechts in beperkte mate verwijtbaar werkloos was en daarom recht had op een gedeeltelijke uitkering. Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat betrokkene medisch niet gehinderd was en vrijwillig zijn loopbaan beëindigde zonder noodzaak.
De Raad stelde vast dat betrokkene na herstel van blessures fit was verklaard en dat er geen medische redenen waren om te stoppen. Hoewel betrokkene zijn voorkeur had voor een baan passend bij zijn opleiding, kon van hem redelijkerwijs worden verlangd dat hij zijn contract verlengde totdat hij ander passend werk had gevonden. Er waren geen verzachtende omstandigheden die de verwijtbaarheid konden verminderen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee de weigering van de WW-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid blijft in stand.