ECLI:NL:CRVB:2003:AH8678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- P. Ingelse
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling beslagvrije voet bij terugvordering toeslagenwetuitkering
Appellante ontving een toeslagenwetuitkering die onverschuldigd was betaald. De uitvoeringsinstantie (Uwv) vorderde dit bedrag terug en stelde de beslagvrije voet op nihil, omdat appellante onvoldoende informatie gaf over haar financiële situatie. Appellante voerde aan dat zij een bijstandsuitkering ontving en dat de beslagvrije voet daarom toegepast had moeten worden.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door slechts summier informatie te verstrekken. De beslagvrije voet is volgens de wet alleen van toepassing als de betrokkene aan de inlichtingenplicht voldoet. Omdat dat niet het geval was, mocht de beslagvrije voet op nihil worden gesteld.
De Raad benadrukte dat voor een juiste toepassing van de beslagvrije voet gedetailleerde informatie over de sociaal-financiële situatie noodzakelijk is, zoals leefvorm, partnerinkomen, woonlasten en andere inkomsten. Het besluit om het verschuldigde bedrag in maandelijkse termijnen te verrekenen werd eveneens bevestigd.
De uitspraak bevestigt dat bij terugvordering van toeslagenwetuitkeringen de beslagvrije voet niet automatisch geldt, maar afhankelijk is van de naleving van de inlichtingenplicht door de schuldenaar.
Uitkomst: De beslagvrije voet mag nihil worden gesteld omdat appellante haar inlichtingenplicht niet is nagekomen.