ECLI:NL:CRVB:2003:AH9125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premiecorrectie 1996 wegens ontbreken identiteitsbewijzen en gebrekkige administratie
In deze zaak staat de vraag centraal of de premiecorrectie over 1996, opgelegd wegens het ontbreken van identiteitsbewijzen, ook in hoger beroep stand kan houden. Appellant betoogde dat aan de vereiste identiteitsbewijzen was voldaan en dat het urenverschil verklaard kon worden doordat hijzelf en zijn kinderen meegewerkt hadden, waarbij een hoger uurloon door een opdrachtgever was gehanteerd.
De Raad overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de betrokken werknemers beschikten over de noodzakelijke identiteitsbewijzen. Ook waren de verklaringen over de gewerkte uren en het hogere uurloon onvoldoende consistent en overtuigend om het besluit van gedaagde te weerleggen. De Raad benadrukte dat het aan de werkgever is om duidelijke en consequente bewijsvoering te leveren, en dat twijfel hierover voor zijn rekening komt.
De Raad bevestigde daarmee het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank, en zag geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke voorschriften of de premiecorrectie te vernietigen.
Uitkomst: De premiecorrectie over 1996 wordt bevestigd wegens ontbreken van geldige identiteitsbewijzen en onvoldoende bewijs van gewerkte uren.