ECLI:NL:CRVB:2003:AH9600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens schuldig nalatigverklaring premies 1967-1969
Appellant is door de Sociale verzekeringsbank met ingang van juli 2000 een ouderdomspensioen toegekend, waarop een korting van 3 x 2% is toegepast vanwege schuldig nalatigverklaring voor de jaren 1967, 1968 en 1969. Appellant voerde aan dat hij de besluiten uit 1972 niet of niet aangetekend had ontvangen en dat de SVB geen zorgvuldig onderzoek had gedaan naar de oorzaak van het niet betalen van premies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant de besluiten geacht moest worden te hebben ontvangen, die rechtens onaantastbaar waren geworden. De Raad bevestigt deze uitspraak en overweegt dat ondanks het niet-aangetekend verzenden, voldoende concrete aanknopingspunten aanwezig zijn om te veronderstellen dat appellant de besluiten wel heeft ontvangen.
De Raad wijst erop dat appellant het eerdere bericht van de SVB uit 1972 wel ontving, dat hij zich ruim 29 jaar niet tot de SVB heeft gewend over het uitblijven van vervolgberichten, en dat er geen aanwijzingen zijn voor postproblemen. Ook is vastgesteld dat de betalingsregeling uit 1975 alleen betrekking had op latere jaren dan 1969.
Tot slot oordeelt de Raad dat er geen sprake is van onzorgvuldige voorbereiding van het besluit door de SVB, aangezien de beleidsregels alleen zien op besluiten waarbij schuldig nalaten wordt vastgesteld, wat hier niet het geval is. De korting op het pensioen blijft daarom gehandhaafd.
Uitkomst: De korting op het AOW-pensioen wegens schuldig nalatigverklaring premies 1967-1969 wordt bevestigd.