ECLI:NL:CRVB:2004:AO9155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bekendmaking besluit aan gemachtigde en aanvang beroepstermijn bij niet-aangetekende verzending
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een AAW-uitkering door het UWV. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellante stelde in hoger beroep dat het bestreden besluit niet correct was verzonden, omdat het niet-aangetekend aan een foutief adres van haar gemachtigde was gestuurd.
De Raad overwoog dat de verzending van het besluit aan de gemachtigde bepalend is voor de aanvang van de beroepstermijn. De niet-aangetekende verzending brengt het risico van niet-ontvangst mee voor de verzender, tenzij de gemachtigde tijdig een adreswijziging had doorgegeven. In deze zaak kon de gemachtigde dit niet aantonen, en de stelling dat het besluit niet was ontvangen door de bewoner van het oude adres was onvoldoende onderbouwd.
De Raad concludeerde dat het besluit geacht moet worden aan de gemachtigde te zijn bekendgemaakt en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn door tijdige bekendmaking aan de gemachtigde.