ECLI:NL:CRVB:2003:AH9643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag wegens schending hoor en wederhoor en onvoldoende onderzoek
Betrokkene, geboren in 1959 en woonachtig in Nederland, vroeg in 1993 kinderbijslag aan voor zeven kinderen van haar echtgenoot Latif uit een eerder huwelijk. Het bestuursorgaan kende de kinderbijslag toe, maar startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de betalingen vanwege verblijf van de kinderen in Pakistan. Een vertrouwensadvocaat stelde in een rapport dat betrokkene en Latif niet gehuwd waren en dat de kinderen niet van betrokkene waren. Op basis hiervan werd de kinderbijslag geschorst en later geheel geweigerd met terugvordering van de betaalde bedragen.
Betrokkene maakte bezwaar en voerde aan dat de rechtbank onterecht beperkte kennis had genomen van rapporten en ambtsberichten, wat het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor schond. De rechtbank handhaafde het besluit, maar de Raad constateert dat betrokkene in hoger beroep alsnog kennis kon nemen van de stukken en hierop inhoudelijk heeft gereageerd, waardoor terugverwijzing niet nodig is.
De Raad oordeelt dat het bestuursorgaan onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het samenwonen van betrokkene en Latif en de mogelijke status van de kinderen als pleegkinderen. Tevens is het besluit tot weigering en terugvordering gebaseerd op onvoldoende objectieve grondslagen en is daarmee in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak. Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering en terugvordering van kinderbijslag wordt vernietigd en het bestuursorgaan wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.