ECLI:NL:CRVB:2003:AI0036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 18 mei 1999 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Utrecht. Deze aanvraag werd op 1 juli 1999 buiten behandeling gelaten omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde aanvullende gegevens had verstrekt. Het ging hierbij met name om een notariële akte van een stichting waarvan appellant voorzitter was.
Appellant stelde dat hij niet in staat was de gevraagde akte tijdig te overleggen omdat deze in een verhuiscontainer was opgeslagen. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet eerder over het document kon beschikken, aangezien hij de akte op 12 juli 1999 alsnog kon overleggen.
De Raad benadrukte dat bij de heroverweging in bezwaar van een besluit tot buiten behandeling laten van een aanvraag, in beginsel geen betekenis toekomt aan gegevens die na het primaire besluit zijn verstrekt, tenzij aannemelijk is dat de aanvrager redelijkerwijs niet eerder kon beschikken over die gegevens.
Omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet eerder kon voldoen aan de gevraagde aanvulling, werd het besluit van buiten behandeling laten van de aanvraag bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om de aanvraag om bijstand buiten behandeling te laten wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens.