ECLI:NL:CRVB:2005:AS7119

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/6474 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • Th.C. van Sloten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak afgewezen als kennelijk niet-ontvankelijk

Verzoeker heeft bij brief van 22 november 2004 een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 oktober 2004, zelf een herzieningsuitspraak. De Raad heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat herziening alleen toestaat bij nieuwe feiten en omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

De Raad overweegt dat het verzoek betrekking heeft op een eerdere herzieningsuitspraak, welke op zichzelf al een beoordeling was van een onherroepelijke uitspraak. Gelet op de systematiek van artikel 8:88 Awb Pro is het indienen van een herzieningsverzoek tegen een eerdere herzieningsuitspraak zinloos en niet passend binnen het stelsel van de Awb.

Daarom verklaart de Raad het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor het opleggen van proceskosten. Tegen deze beslissing staat belanghebbende de mogelijkheid open om binnen zes weken schriftelijk verzet te doen.

De uitspraak is gedaan door mr. Th.C. van Sloten in aanwezigheid van griffier L. Jörg en uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2005.

Uitkomst: Verzoek om herziening van eerdere herzieningsuitspraak wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/6474 NABW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Raad van 12 oktober 2004, reg. nr. 03/5228 NABW.
I. INLEIDING
Verzoeker heeft bij brief van 22 november 2004 om herziening verzocht van de door de Raad op 12 oktober 2004 gewezen uitspraak, reg. nr. 03/5228 NABW.
II. MOTIVERING
Ingevolge het toepasselijke artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad alleen, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
De Raad overweegt dat het door verzoeker ingediende verzoek om herziening betrekking heeft op een uitspraak van de Raad op eveneens een verzoek om herziening ingevolge artikel 8:88 van Pro de Awb terzake van de onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad van 24 juni 2003, reg. nr . 01/1557 NABW.
Gelet op de omstandigheid dat op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb immer van een (oorspronkelijke) uitspraak herziening kan worden gevraagd, indien de in dat artikel genoemde feiten en omstandigheden zich voordoen, moet het doen van een verzoek om herziening van een reeds eerder met toepassing van artikel 8:88 van Pro de Awb gewezen uitspraak, als zinloos en dus als in het systeem van de Awb niet passend worden beschouwd.
De Raad verklaart derhalve het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. Th.C. van Sloten in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2005.
(get.) Th.C. van Sloten.
(get.) L. Jörg.
Tegen deze uitspraak kan de belanghebbende binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
HE/1025