ECLI:NL:CRVB:2003:AI0608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verrekening fictieve arbeidsinkomsten bij bijstandsuitkering
Appellant ontving een bijstandsuitkering en de gemeente bracht maandelijks een fictief bedrag in mindering op basis van 20 gewerkte uren per week tegen het bruto minimumloon. Na bezwaar stelde de gemeente dit aantal uren bij op 10 per week, maar handhaafde de verrekening van bruto-inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad vast dat appellant niet als zelfstandige kan worden aangemerkt omdat hij niet voldoet aan het urencriterium van de Wet op de inkomstenbelasting. Daarom zijn de regels voor zelfstandigen niet van toepassing. De Raad benadrukt dat bijstand in beginsel aanvullend is op feitelijke inkomsten uit arbeid en dat de verrekening per geval moet worden beoordeeld aan de hand van de relevante artikelen van de Algemene bijstandswet.
De Raad oordeelt dat het gebruik van fictieve bruto-inkomsten en een fictief aantal arbeidsuren niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen en vernietigt het besluit van 2 juli 1999. De gemeente dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 2 juli 1999 wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.