ECLI:NL:CRVB:2003:AI0618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot ontslag wegens ongeschiktheid van ambtenaar bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van de rechtbank Assen die het ontslag van een ambtenaar wegens ongeschiktheid vernietigde. De ambtenaar was boventallig verklaard en had zich ziek gemeld na het niet definitief worden benoemd voor een leidinggevende functie. Na diverse pogingen tot herplaatsing en sollicitaties, die niet tot een passende functie leidden, werd hem eervol ontslag verleend op grond van artikel 98 ARAR Pro.
De rechtbank had het ontslag vernietigd omdat zij onvoldoende grond zag voor het ontslag en vond dat een ontslaguitkering moest worden toegekend die redelijk was gezien de omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat uit de stukken blijkt dat de ambtenaar ongeschikt was voor enige functie bij de werkgever. Dit blijkt onder meer uit het ontbreken van vertrouwen in de organisatie en het afwijzen van een reële functie.
De Raad overweegt dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om terugkeer te bevorderen, onder meer door boventallige plaatsingen, psychologisch onderzoek en het aanbieden van functies. Ook de ondersteuning bij het oprichten van een eigen bedrijf en het toestaan van nevenwerkzaamheden worden genoemd. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond, waarmee het ontslag wordt bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van de ambtenaar wegens ongeschiktheid wordt bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.