ECLI:NL:CRVB:2003:AI0628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum maatregel wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen volgens Werkloosheidswet
In deze zaak staat centraal of de ingangsdatum van een maatregel opgelegd aan gedaagde wegens het niet verrichten van sollicitatieactiviteiten correct is vastgesteld. Gedaagde ontving een WW-uitkering en werd een maatregel van 20% gedurende 16 weken opgelegd omdat hij in de beoordelingsperiode van 1 tot en met 28 juni 1998 geen sollicitatieactiviteiten had verricht.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de maatregel pas per 29 juni 1998 mocht ingaan, omdat gedaagde de periode van 1 tot 28 juni 1998 had kunnen benutten om alsnog te solliciteren. De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel en stelt dat de maatregel terecht per 1 juni 1998 is ingegaan.
De Raad baseert dit op het feit dat gedaagde vanaf het begin van de beoordelingsperiode zijn verplichting om passende arbeid te zoeken heeft geschonden. Daarbij is meegewogen dat er voldoende vacatures waren die passend waren bij zijn opleiding en arbeidsverleden, waardoor hij bij een actieve houding werk had kunnen vinden.
Hierdoor voldoet de vaststelling van de ingangsdatum aan de causaliteitseis volgens vaste jurisprudentie. Het beroep van gedaagde wordt daarom alsnog ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de maatregel is terecht vastgesteld op 1 juni 1998; het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.