ECLI:NL:CRVB:2003:AI0642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over bijzondere bijstand en draagkrachtberekening in AAW-uitkering
Appellanten ontvingen een verhoogde AAW-uitkering en vroegen bijzondere bijstand aan voor diverse kosten. Het eerste besluit wees de aanvraag af, maar na bezwaar werd gedeeltelijk bijstand toegekend met een getrapte besluitvorming. De Raad oordeelt dat deze gefaseerde besluitvorming niet voldoet aan artikel 7:11 Awb Pro, dat een volledige heroverweging en eindbeslissing vereist.
Verder stelt de Raad vast dat de verhoging van de AAW-uitkering een forfaitaire vergoeding is voor extra kosten van oppassing en verzorging en daarom niet als inkomen mag worden meegeteld bij de draagkrachtberekening volgens de Algemene bijstandswet. De draagkracht van appellanten was daardoor niet aanwezig.
De Raad vernietigt het besluit van 27 augustus 1998 en het daarop volgende besluit van 9 december 1998, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat appellanten recht hebben op bijzondere bijstand voor reiskosten tot een vastgesteld bedrag. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak van de rechtbank wordt eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en appellanten krijgen recht op bijzondere bijstand voor reiskosten.