ECLI:NL:CRVB:2003:AI0644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor uitbestede schoonmaakwerkzaamheden binnen normale bedrijfsuitoefening
In deze zaak is beoordeeld of schoonmaakwerkzaamheden, uitbesteed door franchisenemers van fastfoodrestaurants, kunnen worden aangemerkt als werkzaamheden die in de normale uitoefening van het bedrijf worden uitgevoerd. De Raad concludeert dat deze werkzaamheden, mede vanwege hun structurele en stelselmatige aard en de binding aan een hygiëneplan, tot de normale bedrijfsuitoefening behoren.
Gedaagden werden op grond van artikel 16b van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde premies door de schoonmaakbedrijven die de werkzaamheden uitvoerden. De rechtbank had deze aansprakelijkheid verworpen, maar de Centrale Raad vernietigt deze uitspraken en verklaart de beroepen ongegrond.
De Raad motiveert dat schoonmaakwerkzaamheden, vooral die met betrekking tot de keuken en apparatuur, essentieel zijn voor de bereiding van etenswaren en daarmee direct verbonden zijn aan de hoofdactiviteit. De werkzaamheden werden regelmatig en systematisch uitgevoerd, ook buiten reguliere openingstijden, en waren ingebed in de bedrijfsvoering.
Verder oordeelt de Raad dat appellant terecht mocht uitgaan van de CAO-lonen bij de premieberekening en dat de redelijke termijn voor het instellen van aansprakelijkstellingen niet is overschreden. De Raad concludeert dat gedaagden terecht als eigenbouwers zijn aangemerkt en aansprakelijk zijn voor de premieschulden.
Uitkomst: De beroepen van gedaagden worden ongegrond verklaard en zij worden aansprakelijk gehouden voor de niet-betaalde premies.