ECLI:NL:CRVB:2003:AI0655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht en voortzetting van maatschap bij administratief verzuim
De zaak betreft een geschil over welke maatschap verzekeringsplichtig is voor het personeel van een bepaalde vestiging in 1997. De oorspronkelijke maatschap was ingeschreven bij het GAK sinds 1992 en werd gevormd door meerdere leden. In 1997 traden enkele leden uit en richtten een nieuwe maatschap op, die zich vanaf 1 juli 1997 als werkgever aanmeldde.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), legde een correctienota en administratief verzuim op aan gedaagden voor de periode 1 januari tot 1 juli 1997, omdat het personeel van de vestiging in die periode volgens appellant nog onder de oorspronkelijke maatschap viel. Gedaagden stelden dat de nieuwe maatschap vanaf 1 januari 1997 als werkgever moest worden aangemerkt vanwege een splitsing.
De rechtbank had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat gedaagden de onderneming onder de oorspronkelijke naam voortzetten, zich niet als nieuwe werkgever aanmeldden en het personeel niet afmelden. Hierdoor is de oorspronkelijke maatschap als rechtsopvolger aan te merken en zijn de premieaanslagen en het administratief verzuim terecht opgelegd.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de premieaanslag en administratief verzuim over 1997. De proceskostenveroordeling van de rechtbank werd niet overgenomen omdat geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand door derden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de oorspronkelijke maatschap als werkgever geldt en de premieaanslag en administratief verzuim terecht zijn opgelegd.