ECLI:NL:CRVB:2003:AI0948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens onrechtmatige inschrijving ziekenfondsverzekering
Appellant was van 13 september 1989 tot 1 december 1997 als verzekerde ingeschreven bij het ziekenfonds VGZ. Na beëindiging van zijn dienstverband op 13 november 1993 werd hij onterecht ingeschreven gehouden, waarna VGZ schadevergoeding vorderde wegens onrechtmatige inschrijving over de periode 14 november 1993 tot 1 december 1997.
De rechtbank vernietigde het besluit tot schadevergoeding wegens gebreken in het mandaat, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en betwistte onder meer de bevoegdheid van VGZ en de redelijkheid van de schadevergoeding.
De Raad oordeelt dat appellant vanaf 1 maart 1994 gehouden was VGZ terstond te informeren over het einde van zijn verzekering en dat VGZ vanaf die datum bevoegd was schadevergoeding te vorderen. Voor de periode 14 november 1993 tot 1 maart 1994 was VGZ niet bevoegd. De Raad bevestigt dat de schadevergoeding gematigd mag worden vanwege de trage besluitvorming en onvoldoende naleving van de controleplicht door VGZ.
De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen voor kosten tandheelkundige hulp, omdat niet is aangetoond dat deze schade door het besluit is veroorzaakt. De Raad veroordeelt VGZ tot vergoeding van proceskosten en vergoedt appellant het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit voor de periode 14 november 1993 tot 1 maart 1994 en bevestigt het voor de rest, met matiging van de schadevergoeding wegens trage besluitvorming.